Aroma therapie

De vroegste kennis van de aromatherapie werd bij de Chinezen gevonden en wel 4500 v.Chr. Toen was het daar zelfs de belangrijkste geneeskunst. Daarna heeft het zijn weg over de wereld gevonden via India, Egypte, Griekenland en de Romeinen.

Aromatherapie richt zich op het onderhouden en bevorderen van de gezondheid en het genezen van aandoeningen met gebruikmaking van essentiële oliën. De levenskracht, die in deze oliën verzameld is, wordt als het ware op de patiënt overgedragen en zal bijdragen tot het herstel van het natuurlijke evenwicht in zijn of haar lichaam. Iedere olie is in zekere mate antiseptisch en heeft daarnaast specifieke eigenschappen, die zich richten op één of meer organen en/of aandoeningen. Het gaat hierbij om een selectief proces, waarbij uitsluitend schadelijke bacteriën worden uitgeschakeld, terwijl de onschadelijke en nuttige ongemoeid blijven. Dit vormt dus een scherp contrast met vele, langs synthetische weg geproduceerde geneesmiddelen, die weliswaar eveneens schadelijke bacteriën doden, maar daarbij tegelijkertijd een groot aantal onschadelijke en wellicht voor het lichaam nodige bacteriën meenemen. Het gebruik van essentiële olie zal dan ook, bij geëigend gebruik, zelden neveneffecten tot gevolg hebben.

Essentiële oliën worden door het lichaam opgenomen via inhalering, de huid of de slokdarm en verlaten het door de huid, de urine of de ontlasting.